>
Slide background

Boy Kollée, Weert

Rouwen en verliesverwerking

Machteloosheid durven erkennen, geeft troost.

Elisabeth Kubler-Ross, een Amerikaanse psychiater heeft een grote invloed gehad op de manier waarop de begeleiding van stervende mensen zich ontwikkelde. Zij beschrijft vijf fasen, die aangeven hoe mensen afscheid van het leven nemen:

  • fase 1: ontkenning,
  • fase 2: woede,
  • fase 3: onderhandelen,
  • fase 4: heroriëntatie en
  • fase 5: acceptatie of aanvaarding.

Deze fase zijn niet altijd duidelijk af te bakenen en soms vloeien ze in elkaar over. Zij stelt verder dat deze fasen niet alleen herkenbaar zijn bij stervenden, maar ook bij rouwenden.
Als er iemand doodgaat, dan 'rouwen' de mensen om de persoon die gestorven is. Als je rouwt, voel je jezelf verdrietig, maar je kunt ook andere gevoelens hebben: angst, agressie, schuld, verwarring, en soms ook opluchting. Hoe moet je rouwen? Er zijn net zoveel manieren om te rouwen als er verschillen in mensen zijn. Er is geen enkele regel over hoe of hoelang je moet rouwen. De gouden regel voor het verwerken van een verlies is: accepteer de gevoelens die je hebt. Neem jezelf serieus.

De omgeving verwacht meestal dat een nabestaande na enkele maanden over het verdriet heen is en praat er dus niet meer over. Hoewel het verdriet vaak met de tijd erger wordt. Nabestaanden durven dan ook hun gevoelens hierover niet meer te tonen, omdat ze niet als 'gek' betiteld willen worden. Soms ga je jezelf ook anders gedragen: andere eetgewoontes: vermoeidheid, concentratieproblemen, slapeloosheid, overactief gedrag of lusteloos je volledig storten op het werk.

Na 4 tot 6 maanden

In de eerste periode na het verlies zijn er meestal voldoende mensen die de rouwende opvangen. Maar na vier tot zes maanden neemt de aandacht voor de rouwende persoon af. Dat komt omdat we een ongemakkelijk gevoel krijgen als we bij de rouwende in de buurt zijn. Moet je er wel of niet over beginnen en wat moet je dan zeggen? We zijn bang om iets verkeerds te zeggen en willen ons niet opdringen.
Mensen die een verlies moeten verwerken, hebben meestal juist wel behoefte aan aandacht. Niet alleen de eerste maanden na het verlies, maar ook nog maanden of jaren later. Want een rouwproces kan lang duren. Hoe kun je de rouwende ondersteunen?

luisteren is het belangrijkste.

Geef de rouwende zoveel mogelijk de kans om over de overledene te spreken. volg je gevoel. Als je behoefte voelt om van je te laten horen, doe dat dan. breng een bezoek aan de rouwende of nodig hem of haar uit. Neem zelf het initiatief. wees niet bang om de verkeerde dingen te zeggen. Blijf gewoon jezelf. ga door met het geven van aandacht, ook na het eerste halfjaar. Kom er af en toe op terug. Zeven indicatoren van onderliggende emotionele / spirituele pijn niet op gang komen/vastlopen van de levensbalans; lijden aan wat nooit uitgesproken werd; niet kunnen loslaten; verlangen te sterven; problematische schuld; angst voor de dood en het hiernamaals; verstoord zelfbeeld. (K.. Cornette)

Loslaten

Het niet kunnen loslaten blijkt één van de meest voorkomende factoren te zijn van emotionele / spirituele pijn. Dit kan men zeer goed verklaren binnen onze huidige cultuur, de meeste willen hun leven volledig onder controle hebben, plannen, verzekeren, etc. Het is dan ook niet eenvoudig om op het einde van het leven de handen te openen, te ontvangen, voor je te laten zorgen in plaats van zelf te zorgen.

De realiteit onder ogen zien.

William Worden een Amerikaans rouwtherapeut onderscheidt vier taken die in een rouwproces aan de orde komen.

  1. aanvaarden dat het verlies heeft plaatsgevonden;
  2. de gevoelens en reacties ervaren die volgen op het verlies;
  3. aanpassen aan een nieuw leven waar de overleden dierbare geen deel meer van uitmaakt
  4. weer de draad oppakken en plaats geven aan het emotioneel overleden.

Welke weg mensen afleggen alvorens ze de draad van het leven weer oppakken is afhankelijk van vele factoren. Ieder mens is zo uniek dat hij of zij een eigen weg kiest.

Mijn motivatie

In 1987 kreeg mijn jongste zus op 27 jarige leeftijd de diagnose borstkanker. De manier waarop zij met haar ziekte en uiteindelijk met haar sterven omging, was en is voor mij nog steeds van grote betekenis. Deze ervaring hielp mij om mijn leven totaal opnieuw in te richten. Ik ging studeren, deed diverse HBO beroepsopleidingen op psychosociaal, lichamelijk en spiritueel gebied. Uiteindelijk nam ik in 1992 afscheid van mijn toenmalig bedrijf (een winkel in muziekinstrumenten). In 1999 volgde ik de tweejarige opleiding voor rouw- en stervensbegeleiding bij net NIS (Nederlands Instituut voor rouw- en Stervensbegeleiding) in Utrecht.

Het is mijn ervaring dat het meeste verdriet en pijn rond sterven en rouwen vaak ontstaat door het besef van wat niet gedaan is, waar men taken of kansen heeft laten liggen, dingen niet heeft afgewerkt, onvrede heeft met familie of vrienden.

In de nabijheid van de dood ontstaat vaak een
heel bijzondere en waardevolle sfeer.